Voorbeelden van het gebruik van Weet hij het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nu weet hij het van ons.
Niet alleen weet hij het, maar het is precies daarom dat hij het doet.
Misschien weet hij het van Ofglen.
Hoe weet hij het?
Nu weet hij het al.
Hoe weet hij het?
Voor het gebeurt weet hij het al.
Misschien weet hij het.
Misschien weet hij het.
Weet hij het van Derek?
Weet hij het al?
Sinds wanneer weet hij het?
Weet hij het over Shana?
Nou, misschien weet hij het niet.
Misschien weet hij het.
Weet hij het?
Nu weet hij het tenminste.
Ook al weet hij het zelf niet.
En hoe weet hij het?
Weet hij het niet?

