Voorbeelden van het gebruik van Zat in in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij zat in het Continental Inn.
Wat zat in de koffer, Hugo?
Roger zat in Trans Shore 724, toch?
Deze schroevendraaier zat in z'n hand.
Ik zat in de problemen. lk werd gearresteerd.
Het zat in de uitgangswonde.
Elke cent die hij had, zat in dat fruitbedrijf.
Jimmy zat in de wagen.
En wat zat in de koffer die hij u gaf?
Zij zat in dat vliegtuig.
Hij zat in 'n koker in mijn hand.
Ik zat in de nesten en Gina heeft me geld geleend.
Hij zat in de kelder met een dode duif.
Jij zat in een Jezuïeten seminarie
Alles wat ik wou zeggen zat in die klap.
Wat zat in 't koffertje?
Ik zat in de bus met mijn moeder.
Zij zat in een BB.
Het zat in haar regenjas. Haarjas en laarzen waren nat.
Ik zat in de kofferbak toen ze bij Gabrielle wegging en naar LA vertrok.
