LA TIENE - vertaling in Nederlands

heeft
tener
haber
contar
disponen
poseen
wel
bueno
es
bien
hacer
puede
estar
pero
llamado
tiene
hebben
tener
haber
contar
disponen
poseen
hebt
tener
haber
contar
disponen
poseen
had
tener
haber
contar
disponen
poseen

Voorbeelden van het gebruik van La tiene in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Este la tiene.
Deze wel.
Ahora la tiene.
Nu wel.
Si usted no tiene la tecnología,¿Quién la tiene?
Wie heeft die technologie wel?
Su vida no ha sido fácil, pero¿quién la tiene?
Een makkelijk leven heeft ze niet gehad, maar wie wel?
Y como no la tiene, nos vamos.
En aangezien je er geen hebt, gaan we jullie achterlaten.
Cree una cartera Bitcoin(si aún no la tiene);
Maak een Bitcoin portemonnee(als je er nog geen hebt);
¿Quién la tiene?
¿La tiene él?
La tiene, Srta. Greenshaw.
Hij heeft het, Miss Greenshaw.
Todavía la tiene ahí.
Hij heeft haar nog.
Pero no la tiene.
Maar dat heeft ze niet.
La tiene enorme, como un caballo.
Hij heeft 'n lul als 'n paard.
Pasiphae la tiene prisionera.
Pasiphae heeft haar gevangen gezet.
¿Quién la tiene ahora?
Wie heeft hem nu?
Ya la tiene.
Het heeft haar.
La tiene agarrada de la muñeca.
Hij heeft haar bij de pols.
La tiene, Pero veo la forma en que te mira.
Maar ik zie hoe ze naar jou kijkt.
La tiene Osbourne.
Die heeft Osbourne.
Sebastian la tiene, está comprobando las huellas.
Sebastian heeft hem om op afdrukken te controleren.
La tiene mi esposo. La lleva consigo a todos lados.
Dat heeft mijn man, hij neemt het altijd mee.
Uitslagen: 621, Tijd: 0.0734

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands