PISÓ - vertaling in Nederlands

stapte
pasos
acción
medidas
etapas
incrementos
escalones
fases
movimientos
subir
voet
pie
base
cerca
falda
stond
parar
reposar
pie
ahí
permanecer
estan
estado
están
se encuentran
son
liep
caminar
correr
pie
ejecutar
pasear
funcionar
funcionamiento
andando
van
están
voet aan wal zette
betrad
entrar
ingresar
acceder
pisar
entrada
penetrar
acceso
hollado
gestapt
pasos
acción
medidas
etapas
incrementos
escalones
fases
movimientos
subir

Voorbeelden van het gebruik van Pisó in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
El momento que pisó esta casa nos entregó su vida.
Vanaf het moment dat je hier binnenkwam gaf je ons je leven.
Las mismas piedras que pisó Josué cuando la conquistó.
Daar heeft Jozua gelopen toen hij die stad veroverde.
Y después de once días navegando, al fin pisó Valencia.
En na elf dagen varen zette hij eindelijk voet in Valencia.
Pisó el dedo de una chica,
Hij stapte op een meisje's teen,
Padre Pat, pisó la línea.
Dominee Pat, Hij stapte op de lijn.
Pisó una roca afilada.
Ze trad in scherpe rots.
Mi gata pisó el control remoto.
Mijn kat zat op de afstandbediening.
Alguien pisó ésta.
Iemand heeft hierop getrapt.
Una mujer pisó un alce y el maldito atravesó el parabrisas.
Een vrouw reed een eland aan en dat kreng kwam door de ruit.
La última vez que Lex pasó el límite, te pisó un caballo.
De vorige keer ben je vertrapt door een paard.
Cuando pisó, puso en marcha el mecanismo.
Toen je de voet neerzette activeerde je het mechanisme.
Así pisó el viaje de aventura en busca de tesoros.
Dus stapte zij op de reis van het avontuur op zoek naar schatten.
La niña se cayó del caballo, y ella pisó su cabeza.
Het meisje viel van een paard, en ze kwam op haar hoofd.
Tratando de darme cuenta dónde pisó el sopechoso.
Proberen uit te zoeken waar de verdachte gelopen heeft.
esa trampa en la que tu hombre pisó.
die val waar je man is op gestapt.
Su padre un día lo pisó.
Zijn vader vertrapte het.
Ha estado tratando de pelearse conmigo desde que pisó esta tierra.
Je probeert al ruzie te maken, vanaf het moment dat je hier gisteren kwam.
Wee La Tat pisó la mina mientras cuidaba de sus cultivos tras los combates producidos en la zona.
Wee La Tat stapte op een landmijn toen hij zijn gewassen wou inspecteren na gevechten in de regio.
mi hermana Amalie pisó sobre una y gritó de nuevo,
Amalie, stapte er op een. Ze schreeuwde weer
Por coincidencia desconocida, el pie humano primero pisó la isla solo 94 años después.
Door onbekend toeval zette de menselijke voet eerst 94 jaar later voor het eerst voet op het eiland.
Uitslagen: 136, Tijd: 0.076

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands