TENGA QUE DECIR - vertaling in Nederlands

te zeggen heeft
decir
tienen que decir
opinan
cuentan
ik moet zeggen
debido decir
hoeft te zeggen
tienen que decir
hagas decirlo
te vertellen heeft
tienen que decir
cuentan
te zeggen heb
decir
tienen que decir
opinan
cuentan
te zeggen hebben
decir
tienen que decir
opinan
cuentan
te zeggen hebt
decir
tienen que decir
opinan
cuentan

Voorbeelden van het gebruik van Tenga que decir in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Diga lo que tenga que decir.
Zeg wat je te zeggen heb.
Escucha todo lo que tenga que decir.
Luister naar wat hij te zeggen heeft.
Todo lo que tenga que decir, puede decirlo delante de mi hermano.
Alles wat je hebt te zeggen, kun je zeggen waar mijn broer bij is.
Lo que tenga que decir, puede decirlo enfrente de mi familia.
Alles wat u te zeggen hebt, kunt u zeggen in het bijzijn van mijn familie.
Lo que tenga que decir, Padre, pierde su tiempo.
Wat je ook te zeggen hebt, Vader, je verspilt je adem.
Diga lo que tenga que decir.
Lo que tenga que decir, puede decirlo en la estación.
Alles wat u te zeggen hebt, zegt u maar op het bureau.
Ya diga lo que tenga que decir.
Wat hebt u te zeggen?
Por favor, diga lo que tenga que decir, señor.
Zeg wat u te zeggen hebt, meneer.
¡o cualquier otra cosa que tenga que decir sobre los eventos de bienestar!
Of iets anders wat je te zeggen hebt over wellness evenementen!
No quiero oír nada de lo que ella tenga que decir.
Ik wil niets horen van wat ze me te zeggen heeft.
No quiero escuchar lo que tenga que decir.
Ik wil niet horen wat zij te zeggen heeft.
Escucharé lo que tenga que decir.
Ik ben benieuwd wat hij te vertellen heeft.
Seguro que a mi padre le va a interesar lo que tenga que decir.
Ik weet zeker dat 't mijn vader zal interesseren wat u te zeggen hebt.
Oigamos lo que tenga que decir.
Ik wil horen wat hij te zeggen heeft.
Quiero escuchar lo que tenga que decir.
wil horen wat hij te zeggen heeft.
Escucharemos lo que tenga que decir.
We zullen luisteren naar wat hij te zeggen heeft.
¿Quizás no te guste lo que tenga que decir?
Misschien ga je het niet leuk vinden wat hij te zeggen heeft.
A ellos no les importa lo que tenga que decir.
Het interesseert ze niet wat ik te zeggen heb.
Deja en claro que quieres escuchar lo que tenga que decir.
Maak duidelijk dat je wilt weten wat ze te zeggen hebben.
Uitslagen: 141, Tijd: 0.0708

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands