BEFEHLE GEBEN - vertaling in Nederlands

bevelen geven
befehlen
befehle geben
befehle erteilen
anweisungen geben
rumkommandieren
befehligen
orders geven
befehl geben
'n bevel geven
opdrachten geven
anweisen
beauftragen
in auftrag geben
anordnen
auftrag erteilen
aufgabe geben
befehlen
befehl geben
commanderen
herumkommandieren
befehlen
herumschubsen
befehle erteilen
sagen
befehle geben

Voorbeelden van het gebruik van Befehle geben in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
sie können uns Befehle geben.
ze de baas zijn, maar wij zijn de baas.
In deiner Lage kannst du niemandem Befehle geben.
U kunt mij geen bevelen geven.
Du kannst ihnen Befehle geben.
Je kunt ze laten gehoorzamen.
Und diejenigen, die Silik die Befehle geben?
Van wie krijgt Silik z'n opdrachten?
Der Ständige N-Ausschuss kann also keinen Schadenersatz zuerkennen, den Diensten Befehle geben oder in Konflikten vermitteln.
Het Vast Comité I kan dus geen schadevergoeding toekennen, bevelen geven aan de diensten of bemiddelen in conflicten.
Sie sind, was man Söhne unter Söhnen nennt, können Sie anderen, gemeinen Mitgliedern Befehle geben. und wie Sie alle wissen.
En zoals jullie weten mogen zij de andere leden bevelen geven.
Wir gehen von Clinton zu Bush über zu Obama… Was gleich bleibt ist die herrschende Klasse welche den Marionetten die Befehle geben, die diese dann ausführen.
Clinton, Bush, Obama, wat het zelfde blijft, is de heersende elite, die de marionetten de bevelen geeft.
Ich werde die Befehle geben.
Ik geef de bevelen.
Einer muss die Befehle geben.
Iemand moet bevelen geven.
Keiner kann uns mehr Befehle geben.
Niemand geeft ons nog orders.
Wir mussten den Hunden Befehle geben.
We moesten onze stem gebruiken om honden bevelen te kunnen geven.
Deine Strategie ist Befehle geben.
Jouw idee van strategie is geweld.
Hast du ihn Befehle geben hören?
Heb je hem orders zien geven?
Sie wollten uns Befehle geben.
Ze wilden ons dingen opleggen.
Ich kann auch von hier Befehle geben.
Dan geef ik de orders vanaf hier.
Du kannst mir keine Befehle geben.
Je kunt mij niets opdragen.
Und wie wollen Sie ihm Befehle geben?
Hoe wil je hem commando's sturen?
Und wie wollen Sie ihm Befehle geben?
En hoe ga je hem dan bevelen sturen?
Wir können Ziele setzen, wir können Befehle geben.
We kunnen doelen bepalen, bevel dicteren.
Was Sie uns auch für Befehle geben, wir führen sie aus.
Wat voor bevelen u ook geeft vanuit uw veilige plek, wij zijn hier.
Uitslagen: 402, Tijd: 0.0424

Befehle geben in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands