LE MANGER - vertaling in Nederlands

opeten
manger
dévorer
bouffer
finir
avaler
eten
manger
nourriture
dîner
repas
cuisine
bouffe
alimentation
souper
diner
déjeuner
eet
spijs
nourriture
viande
aliment
manger
mets

Voorbeelden van het gebruik van Le manger in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
On peut aussi le manger en snack comme bâtonnet.
Ze kunnen ook worden gegeten met een dip als snack.
Mais tu allais le manger quand même?
Maar je zou het toch opeten?
Tu peux le manger?
Je kunt het eten?
On peut le manger?
Kunnen we het eten?
On peut le manger?
Kun je het eten?
Il peut le manger ou se frotter dessus?
Kan hij het eten of ertegen wrijven?
On pourrait le manger avec notre thé de quatre heures.
We kunnen het eten tijdens onze vieruurs-thee.
J'avais dû le manger.
Ik moet het opgegeten hebben!
On vous demande pas de le manger.
Je hoeft er niet van te eten.
Il ne te reste plus qu'à le nettoyer et le manger.
Je hoeft hem alleen maar schoon te maken en op te eten.
Non, tu n'es pas obligée de le manger.
Nee, dat hoef je niet op te eten.
J'ai simplement envie de le manger.
Hij is om op te vreten.
Elle est en train de le manger.
Ze is hem aan het opeten.
Et vous savez où le manger?
Weet je waar je die goed zou kunnen opeten?
je devrais pouvoir le manger.
ik zou moeten krijgen om het te eten.
Et alors?- Je ne peux plus le manger.
Nu kan ik het niet opeten.
C'est plus drôle de jouer avec que de le manger.
Het is leuker ermee te spelen dan het op te eten.
Je te défie de le manger.
Ik daag je uit om 'm op te eten.
Vous pouvez le manger.
Nu mag je het opeten.
Vous pouvez le manger.
Je kan het opeten.
Uitslagen: 219, Tijd: 0.0415

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands