Voorbeelden van het gebruik van Auto blijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lk zou maar in de auto blijven.
Je moet hier bij de auto blijven.
Lk zou maar in de auto blijven.
Daarom moest ik in de auto blijven.
Zeker in de auto blijven.
U moet in de auto blijven.
Nee, jij moet deze keer in de auto blijven.
Jij moet in de auto blijven.
Ik ben toch in de auto blijven zitten?
Er moet iemand in de auto blijven, als het niet volgens plan gaat.
In de auto blijven, zei ik toch?
Jullie kunnen in de auto blijven als we daar aankomen.
Die kan niet de hele nacht in de auto blijven.
Laten we bij elkaar en de auto blijven.
Goedemorgen, Roberta. Ik denk dat de poppen misschien beter in de auto blijven.
Je moest in de auto blijven.
Je moest in de auto blijven.
Het geweer moet in de auto blijven.
Hij moest in de auto blijven.
Laten we even in de auto blijven.