Voorbeelden van het gebruik van Auto weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mama, ik wil dat je de auto openmaakt en van de auto weg rent.
Dan zeiden ze: Paul, zet je auto weg.
En zet je auto weg.
Haal de auto weg.
Dan gaan we met jouw auto weg.
Loop langzaam van de auto weg.
Zet je auto weg.
Ze zet de auto weg.
Maar later op de avond zag ik dat zijn auto weg was.
was mijn auto weg.
Zag je niet dat je auto weg is?
Haal die auto weg!
Ze duwen je auto weg en kijken toe terwijl je hem zoekt.
Ooops, sorry voor de verkoop als een auto weg, was de officiële lijn, denk ik.
Terwijl ik met de auto weg ben, maak jij ze klaar, Oké?- Mosterdsaus, hier.
LAPD heren, bij de auto weg en laat je handen zien!
Was mijn auto weg. Toen ik terugkwam met mijn spullen.
Haal die auto weg!
Ze gaan niet van de auto weg.
Haal nu je auto weg.