Voorbeelden van het gebruik van Beledigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nu, wil je dit oplossen of wil je me blijven beledigen?
Ik wil het hof niet beledigen.
Je wil Stefano niet beledigen.
Je weet dat Berko hem gaat beledigen.
Marokko: Student gevangengezet voor beledigen van koning in video.
Ze beledigen het hof.
Ik wilde je niet beledigen, daarstraks.
Ik laat me niet meer beledigen.
Ik zou je nooit beledigen, Tony.
Wegwezen. Sorry, ik wilde je niet beledigen.
Maar je maakt geen enkele kans. Ik wil je niet beledigen.
En mensen beledigen.
Als je mij blijft beledigen, hoor ik wel jouw naam te weten.
Mannen jullie beledigen mijn eer, mijn vaderschap!
laat geen vlekken of beledigen geuren.
Ik zou haar niet zomaar beledigen.
Ik wil ze niet beledigen.
Hayak, ik wilde je niet beledigen.
Ik laat me niet beledigen door die man.
Als ze je moeder weer beledigen, kom je thuis op 'n brancard.