Voorbeelden van het gebruik van Beledigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar Jezus zegt ons: “Stop, want beledigen doet pijn en doodt”.
Ik wil je niet beledigen, maar 't is wel een eikel.
Denk je dat hij meehelpt als je hem zo blijft beledigen?
Niet vloeken en elkaar niet beledigen.
Wat voor therapeut specialiseert zich in beledigen?
Dat is de lezer beledigen!
Ik wil je niet beledigen, maar je bent net als hen.
We hebben elkaar net ontmoet en je wilt me zo beledigen?
Je vriend is snel met beledigen.
Ik wil je niet beledigen, maar op deze foto mogen alleen heidenen.
Astenik schreeuwen tegen dierbaren hen onrechtvaardig beledigen.
ik laat mij niet beledigen.
Ik wil je niet beledigen, maar dat ziet eruit als goedkope troep.
Jij begon met beledigen.
Ik wil je niet beledigen, maar je ziet eruit als een.
Ik laat je mij niet beledigen, Cruella.
Ik wil je niet beledigen, baas.
Ik wil je niet beledigen.
Ik wil je niet beledigen.
Je mag me niet beledigen.