Voorbeelden van het gebruik van Ben getrouwd in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben getrouwd voor we uitvaren.
Mijn Heer. Ik ben getrouwd.
Ik ben getrouwd.
Claudette, ik ben getrouwd.
Ik? Nee, ik kan niet dansen, ik ben getrouwd.
Een man? Ja, ik ben getrouwd.
Man. Ik ben getrouwd.
Zeg, ik ben getrouwd.
Het is… Ik ben getrouwd.
Lk ben getrouwd.
Isaac, ik ben getrouwd.
Ik ben net getrouwd.
Ik ben getrouwd zonder dat ik wist hoe het zou zijn. .
Hallo. Ik ben getrouwd.
Ja, ik ben getrouwd.
Toen ik met m'n vrouw ben getrouwd, wist ik niet dat hij erbij inbegrepen zat.
Wacht. Ben je getrouwd?
Ik ben getrouwd. En gescheiden.
Ik bedoel, ik ben getrouwd.