Voorbeelden van het gebruik van Ben was in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Baby Ben was baby Jezus bij de kerstvoorstelling.
Maar Ben was sarcastisch.
Ben was er ook bij.
Maar Ben was erg pessimistisch.
Ben was heel lovend over de band.
Mijn zoon Ben was twaalf.
Ben was er.
Omdat het Ben was.
Meredith was een serveerster. Ben was een bankier.
Hopelijk bevestigt de videobewaking dat het Ben was.
Ben was bij mij thuis, Neal.
En ik had niets in de gaten. En Ben was daar ergens.
Ik dacht dat je Ben was.
Ben was voor niemand bang.
Ben was een buitenaardse.
Ben Keith was verantwoordelijk voor de muzikale productie.
Maar omdat ik homo ben was ik het doelwit.
Ga verder. Ben was bezig mijn hand te lezen.
Ben was zes maanden geleden uit dienst gezet.
Ben was 5C.