Voorbeelden van het gebruik van Dagen weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze zijn al 1 9 dagen weg.
Ze is al twee dagen weg.
Ze is een paar dagen weg.
Hij is al twee dagen weg.
Soms ben je dagen weg.
Ze zijn al 19 dagen weg.
Zijn oma zegt dat hij al twee dagen weg is.
Hij is vier dagen weg.
Ze is pas een paar dagen weg.
Je was dagen weg.
Ze is nu zes dagen weg.
Schatje, je bent drie dagen weg.
Raquel soms dagen weg blijft.
Mama is twee dagen weg, godzijdank.
Mijn moeder was vaak dagen weg.
Ze is al twee dagen weg.
Mama is gelukkig 2 dagen weg.
Nee, je was drie dagen weg.
Je was drie dagen weg.
Man, ik was maar twee dagen weg.