Voorbeelden van het gebruik van Dat moet jij ook in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat moet jij ook doen.
En dat moet jij ook niet willen.
Dat moet jij ook niet doen. Nee, niet.
Ja, en dat moet jij ook doen.
En dat moet jij ook niet doen. Nee.
Dat moet jij ook doen.
Ik wil meer en dat moet jij ook willen.
Dat moet jij ook weten, Gai.
Dat moet jij ook zijn.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook maar doen.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook eens proberen.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook zijn.
En dat moet jij ook niet doen.
Dat moet jij ook doen voor Hannah.