Voorbeelden van het gebruik van De groep in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kind lijkt mee te doen in de groep, maar vertoont weinig genegenheid.
Wees ervan verzekerd dat de groep in geen geval het losgeld zal betalen.
De eerste groep komt naar de helikopter.
Dit geldt overigens voor de hele groep.
Eerst dacht iedereen dat de groep zonder leider achterbleef.
Oh, het spijt me, wij, de groep, wij voelen.
Het betreffende kenmerk is dan vaak een stereotype van de groep.
Er is 'n verrader in de groep.
Er zijn twee manieren om aan te sluiten een dimmer: enkel en de groep.
Ik hoorde niet bij de groep.
We doen een voorraadruil met de voormalige groep van Troy.
Laten we naar de groep gaan.
We moeten terug naar de groep.
Zo heette de groep.
Ik ga nu de laatste van de kleine groep ondervragen. Misschien.
Je moet terug komen naar de groep.
Ik ga niet meer naar de groep.
De groep is actief sinds 2000
De ene groep wordt niet tegen de andere uitgespeeld.
Ik moet de groep bellen.