Voorbeelden van het gebruik van Denkt het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je denkt het? Ik ben erg bang?
Je denkt het?
Hij weet het niet, hij denkt het.
Maar niemand zegt het, omdat je Ricardo's zus bent. Iedereen denkt het.
Ze denkt het beste voor mij te weten,
Jij denkt het ook, hè?
Maar je denkt het wel.
Je denkt het te weten, m'n beste. Je denkt het te weten.
Wat bedoel je, je denkt het?
Een vriend van me denkt het over een paar jaar te doen.
Je denkt het niet?
Dat ben je niet. Je denkt het alleen.
Zeg het niet. Jij denkt het ook.
Als ze denkt het met haar AOW te kunnen rooien,
Jij denkt het niet?
Ze hebben een plan nodig. En je denkt het ook, dus.
Hij denkt het hier zonder ons te redden.
Mijn moeder denkt het wel.
En je hebt het inderdaad gezegd. Je denkt het.