Voorbeelden van het gebruik van Eigen tijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Christus zou zijn in hun eigen tijd.
Doe dat maar in je eigen tijd.
Tips 3- Neem je eigen tijd.
Het hart heeft zijn eigen tijd.
Privégesprekken in je eigen tijd.
Alles in Siam kent z'n eigen tijd.
Een praatje maken doe je in je eigen tijd.
Maar hij ging terug naar zijn eigen tijd.
Alles heeft z'n eigen tijd.
Ik surf in mijn eigen tijd.
Als het werkt, zal het in zijn eigen tijd zijn.
Ze hebben beide bestaansrecht in hun eigen tijd.
Ga je daar in je eigen tijd heen?
Nee, omdat ik niet in mijn eigen tijd was om dat te doen.
Jongen, je hebt een eigen tijd.
Verdoe m'n tijd maar in je eigen tijd.
In zijn eigen tijd.
De natuur heeft haar eigen tijd.
Doe dat in je eigen tijd.
Doe dat in je eigen tijd.