Voorbeelden van het gebruik van Fijn weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Is dat wel ethisch? Fijn weekend.
Een fijn weekend, Nancy.
Een fijn weekend en welkom, ik ben redelijk tevreden Toon minder….
Een fijn weekend, Ben.
Een heel fijn weekend toegewenst.
Heb je een fijn weekend gehad, Eve?
Dank u. Fijn weekend, Mr Amberg.
Een fijn weekend.
Ik wil gewoon een fijn weekend.
Nog een fijn weekend.
Dat was een fijn weekend.
Heb een fijn weekend.
Vaarwel. Fijn weekend.
Verdomme. Fijn weekend.
Hey, fijn weekend.
Veel plezier bij de'dude ranch'. Nog een fijn weekend.
Dank je wel, en 'n fijn weekend.
Ik hoef alleen maar te zorgen dat oma een fijn weekend heeft.
Ik hoop dat u een fijn weekend heeft gehad.
Help me herinneren John te bedanken voor 'n fijn weekend.