Voorbeelden van het gebruik van Foutje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was een foutje.
Een verjaardag vergeten is een foutje.
Ja waarom zei je dat? Het was een foutje.
Of 't is een foutje.
Geen zorgen, dat was een foutje.
Dat is een foutje?
Het is een foutje.
Het was een foutje.
Het is maar een kamer, een foutje.
Dat was een foutje.
Dat moet een foutje zijn.
Misschien een beeldje of een foutje.
Het was een foutje.
Dus dit is een foutje.
Dat is jouw foutje.
Ik moet naar een kantoor na een foutje?
Het spijt me. Het was een foutje.
Dat was een foutje.
Het was een foutje.
kom ik binnen, en roep"Foutje!