Voorbeelden van het gebruik van Foutje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We kunnen ons geen foutje permitteren.
Sorry, sonny, Hij maakt altijd een foutje.
Maar ze maakten één foutje.
Het was een foutje.
het was waarschijnlijk een foutje.
Bureaucratisch foutje.
Het is geen foutje.
Het was een foutje.
En wat vind je van dat foutje?
Door een formeel foutje?
Kom op Ik heb een fout gemaakt, liefje Een foutje? .
Nee, het was een foutje.
Er was een foutje.
Goed, het was een foutje.
Ik heb tante Cheryl gesproken en het was geen foutje.
Het was een foutje.
Er is een foutje.
Dat ik geen foutje ben.
Misschien maakt hij een foutje.
Blijkt dat ie levend op Mars zit. Foutje.