Voorbeelden van het gebruik van Gaat het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe gaat het, Pablo?
Gaat het om mij en Lucas?
Cole, hoe gaat het met je arm? Bedankt?
En hoe gaat het op de school? Goed.
Mitchell, hij gaat het niet accepteren.
Hoe gaat het met het nonnending? Klopt.
Meestal gaat het om bomen en struiken.
Hoe gaat het met Kenny?
Wat?- Hoe gaat het, opa?
Hoe gaat het met je kleine patiënt?
Gaat het niet goed zo?
En, hoe gaat het met Stanley?
Wat?- Hoe gaat het met je blauwe plek?
Sloan. Ze gaat het niet geloven, Bosch.
Hoe gaat het met haar?
In beide gevallen gaat het vermoedelijk om rauisuchisch materiaal.
Gaat het over de Vik.
Hoe gaat het met je roman?
Hoe gaat het tussen jou en Katie?
Hoe gaat het met Lizzie?