Voorbeelden van het gebruik van Gingen samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We gingen samen naar het platteland.
Ze gingen samen weg.
Wij gingen samen naar school.
Ze leerden elkaar op hun top kennen en gingen samen ten onder.
Ze gingen samen fietsen.
Felicia, we gingen samen naar school.
We gingen samen sporten.
Ze gingen samen weg.
We gingen samen de begrafenissen af.
Ja, we gingen samen naar Stanford.
Ze gingen samen een pizza eten.
Dus jullie gingen samen naar boven?
Ze gingen samen deze kerk binnen.- Ja.
Pauline en Sylvain gingen samen weg.
We gingen samen naar het strand.
We gingen samen naar school.
We gingen samen naar binnen.
Jullie gingen samen naar de academie.
We gingen samen naar de lagere school.
We gingen samen naar de universiteit.