Voorbeelden van het gebruik van Het gestolen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij steelt het kenteken om op het gestolen busje aan te brengen.
Denk je dat ze het gestolen hebben?
Onze scanners hebben duidelijk twee mensen geregistreerd… in het gestolen toestel.
Zelfs het gestolen geld.
We zien het gestolen voertuig.
Dus heb ik het gestolen.
Misschien is het gestolen.
Jezus, heb jij het gestolen?
Ik bel over het gestolen schilderij.
Speciaal als het om gestolen geld gaat.
Die theorie wordt bevestigd door het gestolen familiealbum.
Iemand heeft het gestolen.
Wij denken dat hij het gestolen heeft. Nee.
Hoe heeft u het gestolen?
Hingen ze explosieven aan het gestolen radioactieve materiaal?
Je betaalt het met het gestolen geld.
lijkt het me gestolen waar.
Een oproep van het gestolen voertuig.
En nu wordt het gestolen.
Ik weet niet eens zeker of het gestolen is.