Voorbeelden van het gebruik van Het uitstellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kun je het uitstellen?
Nee. Dan moeten we het uitstellen tot de cirkel begint.
Ze blijven het uitstellen door de bureaucratie.
Het uitstellen(van een heiligemaand) is een toevoeging aan het ongeloof.
Stop met het uitstellen van je eigen vooruitgang.
Hoe langer we het uitstellen… hoe pijnlijker het wordt.
Hij wilde het uitstellen, maar het gaat wel om z'n hart.
Moeten we het uitstellen?
Kunnen we het uitstellen?
Maar we kunnen het nog uitstellen. Er is extra bewaking.
Het uitstellen voor een paar weken zal niets veranderen.
Ik wil het uitstellen. Minder nog?
Het uitstellen van het antwoord leidt alleen maar tot meer schade aan de gemeenschap.
Ik wil het niet uitstellen.
Moeten we het uitstellen?
Kan ik het uitstellen, denk je?
We moeten denken aan het uitstellen van het gevecht.
We moesten het uitstellen omdat Peter er niet was.
Zij wil het niet uitstellen, ze vindt hem te behoudend.
Je moet het uitstellen totdat ik een volledige controle kan uitvoeren.