Voorbeelden van het gebruik van Hij danst in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij danst waarschijnlijk alleen met haar.
Hij danst zoals je dat niet kunt leren.
Hij danst in het Kennedy Center.
Hij danst eigenlijk bachata.
Hij danst in eentje in slaapkamer.
Hij danst best goed.
Nee, hij danst met mij.
Hij danst nooit!
En hij danst afgrijselijk.
Hij danst goed, je vriend.
Hij danst met die jurk daar.
Hij danst, hij wiegelt en loopt rond.
Hij danst op het water!
Hij danst, en hij speelt ijshockey.
En hij danst verschrikkelijk.
Hij danst met een vrouwtje.
Waar? Hij danst met die jurk daar.- Daar.
En hij danst afschuwelijk.