Voorbeelden van het gebruik van Hij zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij zit in een Diebstahl-huis.
Hij zit op Penn.
Hij zit in een gevangenis.
Hij zit niet in een kamer, maar in een vergadering.
Ja. Hij zit niet meer in me.
Hij zit wel achter de tralies.
Hij zit onder de medicijnen.
Hij zit ons op de hielen, 200 meter!
Hij zit achterin onze wagen.
Hij zit in hotel Metropole.
Hij zit op de kleuterschool.
Hij zit op Jefferson High.
Hij zit in het beginstadium van parkinson.
Ja?- Hij zit in de derde auto?
Maar hij zit wel achter Mario's arrestatie.
Hij zit in hechtenis.
Hij zit nu achter de knoppen, generaal.
Hij zit achter ons!
Hij zit bovenop me.
Hij zit in kamer 423.