HIJ ZIT - vertaling in Spaans

está
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
se sienta
zitten
lo tengo
het hebben
het krijgen
bezit
moet
het bezitten
het houden
ha
hebben
er
zijn
al
nog
daar
se encuentra
vinden
ligt
ontmoeten
pasa
doorbrengen
gebeuren
door te brengen
passeren
gaan
besteden
doorgeven
voorbij
overgaan
doorlopen
estará
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
esté
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
están
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
se sentó
zitten
lo tienen
het hebben
het krijgen
bezit
moet
het bezitten
het houden
lo tenemos
het hebben
het krijgen
bezit
moet
het bezitten
het houden

Voorbeelden van het gebruik van Hij zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Hij zit hierachter.
Se ha metido en esto.
Hij zit in m'n hoofd.
Lo tengo en mi cabeza.
Rudy Holling, hij zit al een jaar in Spanje.
Rudy Hollings, ha estado en España un año.
Hij zit in een ander spiritueel toestel.
Se encuentra en un plano espiritual diferente.
Hij zit ons waarschijnlijk ergens uit te lachen op dit moment.
Probablemente esté riéndose de nosotros en algún lugar.
Hij zit in de bar van Penzion Slezska.
Estará en el bar de la pensión Slezska.
Hij zit veel in MacArthur Park… en kijkt naar de oude schakende mannen.
Pasa mucho tiempo en el parque Mac Arthur viendo a los viejos jugar ajedrez.
Hij zit in mijn reet.
Lo tengo en el culo.
Hij zit al in die box voor drie maanden.
Ha estado en ésa caja por 3 meses.
Hij zit in het complot.
Está metido en ello.
Hij zit in de problemen.
Se ha metido en problemas.
Hij zit in Buenos Aires
Se encuentra en Buenos Aires
Hij zit waarschijnlijk gewoon ergens met een kater.
Probablemente esté en algún sitio con resaca.
Hij zit te praten met twee van mijn collega's.
Dos de mis colegas están hablando con él.
Hij zit hier.
Estará aquí.
Hij zit veel in Colombia.
Pasa la mayoría del tiempo en Colombia.
Hij zit op m'n bureau.
Lo tengo en mi mesa de verdad.
Hij zit al jaren in de familie,
Ha estado en mi familia por años,
Hij zit in de financiële wereld.
Está metido en finanzas.- Sí, lo sabemos.
Hij zit in de problemen.
Theo. Se ha metido problemas.
Uitslagen: 3020, Tijd: 0.0871

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans