Voorbeelden van het gebruik van Jong genoeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jong genoeg om hypocriet te zijn.
Ik ben nog jong genoeg.
Jong genoeg om niet beter te weten.
Voor mij is hij jong genoeg.
Ben ik soms niet jong genoeg?
Ben ik soms niet jong genoeg?
Ik ben jong genoeg om alles te geloven.
Je bent jong genoeg om opnieuw te beginnen.
Je kunt er nooit jong genoeg uitzien.
Alleen aardig, trouw en jong genoeg voor kinderen.
Ik ben nog jong genoeg om van dingen te genieten.
Wat is dat, ben ik niet jong genoeg?
Ze is jong genoeg om mijn zuster te zijn.
Hij is jong genoeg om je kleinkind te zijn.
Maar u bent jong genoeg om te genezen.
Of zo? Dat is niet jong genoeg.
Toen waren we jong genoeg om aan kinderen te denken.
Jong genoeg om vier touchdowns te scoren in één wedstrijd.
Toen ze nog jong genoeg was om verstoppertje te spelen.
Ik ben nog jong genoeg om van dingen te genieten.