Voorbeelden van het gebruik van Knap in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben knap en slim.
Ze was knap en jong.
Oscar, je bent knap maar… een"nobody".
Is hij knap en sexy?
Ik zag er knap uit, of niet?
Rosie zei niet dat je zo knap was. Dag!
Ik zie er knap uit met die laarzen.
Ik weet hoe knap ze is, Jess.
Je bent knap en slim.
Omdat hij knap en dapper was.
Ik ben te knap om te sterven!
Ik ben knap en uitgehongerd.
Oscar, je bent knap maar… een nietsnut.
Ziet hij er niet knap uit?
Maar zelfs ik weet dat ik niet knap ben.
Ik ben knap en ik kan lezen.
Hoera. Knap gedaan, mannen.
Jij bent knap en 25.
Knap en ook nog grappig.
Ik ben te knap om te sterven!