Voorbeelden van het gebruik van Leef jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Leef jij nog steeds?
Leef jij hier sinds we weggingen?
Leef jij voor mij in de plaats.
Leef jij nog?
In welke maffe wereld leef jij?
Waarom leef jij op het vaste land?
Hoe leef jij ermee?
Leef jij in Kreta?
Waarom leef jij nog?
Sally, volgens mij leef jij in een droomwereld.
Waar leef jij van?
Leef jij? Meg?!
Leef jij in de sportclub?
Leef jij maar eens op jezelf, zonder geld.
Hier leef jij voor, hè?
Geweldig. Leef jij?
Leef jij of ben je dood?
Willy, leef jij hier?
Leef jij celibatair, David?
Leef jij omdat mijn gezin leeft. .