Voorbeelden van het gebruik van Leef jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Leef jij maar voor mij, Clint.
Leef jij voor de Heer?
Hoe lang leef jij?
Nu leef jij het jouwe.
En leef jij op die manier?
En toch leef jij van diefstal en roof!
Leef jij voor Facebook?
Komaan man, in welke realiteit leef jij?
In wat voor wereld leef jij?
Waarom is mijn grootvader nog steeds dood, maar leef jij?
In wat voor matrix leef jij?
In welk universum leef jij?
Maar vertel eens, van wie leef jij?
Ik weet het niet, leef jij echt met een doel?
In welke mormonen wereld leef jij dat je denkt tussen ons heen en weer te kunnen pendelen?
Leef jij in een deel van de wereld waar sneeuwstormen of zandstormen plaatsvinden?
Leef jij van dag tot dag of ben jij iemand
Destijds leefde jij voor die details.
Leefden jij en Vash met dezelfde grondbeginselen?
Leefde jij met eer?