Voorbeelden van het gebruik van Mond vol in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft de hele tijd zijn mond vol.
Niet praten met je mond vol.
Eens kijken of ze met een mond vol lava nog lachen.
Ik zal niet veel kunnen praten, want ik zal m'n mond vol hebben.
Hoe ga je iets zeggen met je mond vol? Verdorie,?
Is kunnen zien belangrijker dan een mond vol heerlijkheid?
Sorry, maar je moeder heeft even haar mond vol.
Niet praten met je mond vol.
Toen je Mitch en Cam's trouw toast deed, had je je mond vol cashew noten.
Zoals een wijze met een mond vol kippenvleugels zei.
Sorry, ik mag niet praten met mijn mond vol.
En hij wurgde het leven uit die man met zijn eigen mond vol zeewater.
Ik heb 'n mond vol tandpasta.
Niet praten met je mond vol.
Op jouw leeftijd had ik een mond vol met beugels.
Het is niet leuk om te zoenen met een mond vol popcorn.
Amper een mond vol.
Hij praat met z'n mond vol.
Iemand krijgt een snavel in zijn emmer of een mond vol afval.
Vatbaar om te praten met haar mond vol eten.