Voorbeelden van het gebruik van Nu goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het bloed is nu goed.
En het gaat nu goed.
Het gaat nu goed.
Ik zit nu goed in m'n vel, ik ben erg… productief.
Maak het nu goed vast.
Laten we hem nu goed doden.
Het gaat nu goed.
Maar alles is nu goed.
Kun je het dan nu goed doen?
Probeer het nu goed te doen.
Het zit nu goed tussen ons. Het is prima.
Het gaat nu goed, toch?
Hij moest het nu goed doen.
Alles komt nu goed.
En bind hem nu goed vast, zodat hij niemand verwondt.
Het gaat nu goed met ons, Tolga.
Het gaat nu goed met me.
Ondanks een verstopte neus, gaat het nu goed met Matthew.
En doe het nu goed.
Het gaat nu goed.