Voorbeelden van het gebruik van Nu tijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Misschien is het nu tijd om weer meer te gaan drinken.
Is het nu tijd om de wereld te veranderen door jouw aanraking?
De hemel heeft nu tijd voor de duisternis en tijden voor daglicht.
Het is nu tijd om indirecte voornaampronomen te introduceren.
Met E3 om de hoek is het nu tijd voor lekken en geruchten over videogames.
Het is nu tijd dat jullie de Paladijnen vergezellen op deze zoektocht.… Adeline… Emmett.
Nu tijd voor.
Dus is het nu tijd paranoïde te worden… Aannemende dat ze.
Het is nu tijd, hè?
U heeft nu tijd.
Heb je nu tijd?
Het is nu tijd deze twee te verenigen, zoals alleen de Schepper het kan.
Zit je nu tijd te rekken?
Dan wordt het nu tijd voor een vakantie.
Het is nu tijd dat we dat brandende gebouw binnenlopen.
Dat het nu tijd is voor actie!
Dat het nu tijd is voor verandering!
Het is nu tijd om dit te gebruiken!
We hebben nu tijd.
is het nu tijd om ervoor uit te komen.