Voorbeelden van het gebruik van Ongelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Help me hun ongelijk te bewijzen, zusje.
Bovendien is de werkloosheid zeer ongelijk verdeeld.
Ik heb gehoord dat de koppen ongelijk zijn.
Ik zeg niet dat hij ongelijk heeft.
Soms heb je ongelijk.
Philip, eerlijk gezegd, weet ik niet eens of ik hen ongelijk kan geven.
En hij bleek ongelijk te hebben.-En?
Praten om je ongelijk te bewijzen?
Volkomen ongelijk.
Kansen zijn ongelijk verdeeld.
Ik geefje geen ongelijk.
De grond is ongelijk.
Ik zei niet dat hij ongelijk had.
Ze heeft geen ongelijk.
Heb ik gelijk en ongelijk?
Om haar ongelijk te bewijzen, ben ik hier weer naartoe gegaan.
Hij had ongelijk.
Geologisch gezien is de verdeling van niet-energetische hulpbronnen zeer ongelijk.
De elf beleidsgebieden werden ongelijk behandeld.
Ik geef ze geen ongelijk.