Voorbeelden van het gebruik van Voortmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We moeten voortmaken. Kom, jongen.
Voortmaken, Arsène.
Ik zou voortmaken. Maak open.
Maar u moet voortmaken. Het is bijna het Rode Uur.
We moeten voortmaken met het insluitveld.
We moeten voortmaken, ons snel bij de Prins aansluiten.
jullie begeleiden het eigendom, voortmaken.
Kom, James, we moeten voortmaken.
Je moet voortmaken.
Wij hebben nog een debat, dus wij moeten voortmaken.
We moeten voortmaken.
Als ik u was zou ik voortmaken.
Ik wou dat ze zouden voortmaken.
We moeten voortmaken.
maar laten we voortmaken.
Oké, dan kunnen we beter voortmaken voordat we Trollenmarkt voorgoed verliezen.
Wil je voortmaken?
Ze zal ons straks ontmoeten, maar we moeten voortmaken.
Laten we voortmaken.
Maar nu moeten we voortmaken.
