Voorbeelden van het gebruik van Was maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waarom? Het was maar een droom.
Het was maar een veronderstelling.
Ik was maar een kind, ik was doodsbang.
Ik was maar een kleine jongen.
Ik was maar 13 jaar oud.
Ik was maar aan het dollen, oke?
Dat was maar een windstootje.
Het was maar een kus.
Hij was maar een jongen!
Het was maar een voorstel.
Ik was maar een dom kind.
Er was maar één fout nodig.
Ik was maar zes jaar oud
Het was maar een grapje.
Ik was maar aan het oefenen. Wat?
Het was maar een domme eierkoker.
Het was maar een simpel zalfje.
Het was maar gas.
Ik was maar een kind en mijn vader was een diplomaat.
Het was maar een ongelukje.