Voorbeelden van het gebruik van Weer jong in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is weer jong.
Ik ben weer jong.
Je bent weer jong.
Ik ben weer jong.
Weer jong zijn.
Hij was weer jong.
We voelden ons weer jong.
Was ik maar weer jong.
Zo voel ik me weer jong.
Ik kan je weer jong maken.
Dus ik word ook weer jong.
Ik wil me weer jong voelen.
De natuur ls weer jong.
Zo voel ik me weer jong.
Heerlijk om weer jong te zijn!
En dan ben ik weer jong.
Ik moet er weer jong uitzien.
Dan voel ik me weer jong.
Ik voel me weer jong.