Voorbeelden van het gebruik van Weer slapen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ga weer slapen.
Nu ga ik weer slapen.
Niets, ga weer slapen.
Waarom ga je niet weer slapen?
Ze gaat weer slapen.
mag ik dan weer slapen?
Ik ga weer slapen.
Eet jij je sandwich maar en ga maar weer slapen.
Oké, Eliott, ga weer slapen.
Ga nou maar weer slapen, oma.
Ze gaan weer slapen.
Kom, ga maar weer slapen.
Ga maar weer slapen.
Nu kan ik weer slapen.
Ik ga weer slapen.
Ginny, ga weer slapen.
Anders ga ik weer slapen.
Ik ga weer slapen.
Ik ga weer slapen.
Niets. Ga maar weer slapen.