Voorbeelden van het gebruik van Half dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dre sloeg de jongen half dood.
Dat spul is toch al half dood.
Hij is half dood.
We schrokken ons half dood.
Toen ik hem zag, hij was al half dood.
Mijn zoon ligt daar half dood.
Ik schrik me half dood.
Die lijkt half dood.
We zijn toch al half dood.
We schrokken ons half dood.
Je bent half dood.
Soms lijkt het alsof ik een half dood lichaam meesleep.
Deze kerel sloeg z'n vrouw half dood.
Samen met een commissaris kapitein die half dood is.
Je bent natuurlijk al half dood.
We schrokken de arme dame bijna half dood.
Ik ben minstens half dood.
Je ziet er half dood uit.
Van deze schrok ik me half dood.
Jij lijkt wel half dood.