Voorbeelden van het gebruik van Half dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Anderen zijn half dood, zoals je vader.
hoest zich half dood.
Slechts half dood, eigenlijk.
Natuurlijk ben je al half dood.
Ze hebben hem half dood geslagen.
Ze was half dood.
Ze zijn al half dood.
Ik ben minstens half dood.
Hij is al half dood.
En je neemt hem wel mee? Hij lijkt nu al half dood.
Hij lijkt wel half dood.
Wil je hier blijven tot je half dood bent?
Ik was half dood.
Je ziet er half dood uit.
Ik lag onder mijn wagen, half dood.
Ze sloegen me half dood.
Dre sloeg de jongen half dood.
Iemand heeft hem half dood geslagen.
Hij sloeg me half dood.
Je zou Lumpy bang maken en hem niet half dood slaan.