Voorbeelden van het gebruik van Ik wees in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij? Ik wees de andere aan!
Ik wees haar af.
Ik wees de andere aan!
Ik wees jou af.
En ik wees zo.
Ik wees vorige week een meisje af voor u.
Hij? Ik wees de andere aan.
Ik wees een baan af.
En ik wees naar The Times. Hij liet me deze hoes zien.
Ja, en ik wees het af, Liz.
Ik wees met mijn hand, man.
Jawel, maar ik wees ze af.
Ik wees de andere aan.-Hij?
En ik wees het af.
Ik wees hem aan.
Ik wees het af. Deden we.
Ik wees hen op een wapenlevering op het rangeerterrein in Pest morgenavond.
Deden we. Ik wees het af.
Hij wilde mijn rijbewijs zien, en ik wees naar het roze document.
Maak je geen zorgen, ik wees het af.