Voorbeelden van het gebruik van Klein ding in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze is een gecompliceerd klein ding, die Hailey.
Als jij ons Klein Ding niet geeft, eten we je op.
Jij mooi klein ding.
Snel, betekent één klein ding, zoveel meer dan voorheen.
Klein Ding, kom terug!
Nee, ze is een schattig klein ding.
Slechts één klein ding, en je ziet!
Klein Ding? We zijn haar weer kwijt?
Jij bent een schattig klein ding.
Slechts een klein ding, Mac.
Klein Ding, kom terug.- We gaan!
Het is een schattig klein ding.
Het is een klein ding.
Ze was zo'n klein ding.
Juniper. Jij ondeugend klein ding.
Dit is geen klein ding.
Een diamt is een klein ding.
Maar een perfect klein ding.
Alles behalve een zeer klein ding.
Mijn meisje. Wat een mooi klein ding.