Voorbeelden van het gebruik van Maar half in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn God. Het is maar half getransformeerd.
De waarheid is grotendeels maar half waar.
Wat betekent dat je maar half gek bent.
Al was het maar half met een collab. Citeren.
Blijkbaar maar half niet te eten.
Ik zit maar half buiten.
Hij is maar half homo, blijkt.
Je bent maar half zo oud als je eigen zoon.
Het zit maar half vol.
Maar half vrij.
Een hoop mensen doen het maar half.
Een vlugge blik op het dashboard bewees dat het nog maar half negen was.
Jij functioneert altijd maar half.
De meter zegt dat de tank maar half vol zit.
Ik beloofde deze jid dat ik hem er maar half in zou steken.
Het spuitstuk stond maar half open.
De sensoren werken maar half.
Sinds hij je kwijt was leefde hij maar half.
Wat ze zeggen over jou is maar half waar.
Ik voelde me altijd maar half.