Voorbeelden van het gebruik van Nu moet jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nu moet jij jezelf vergeven.
En nu moet jij hetzelfde doen.
Nu moet jij hetzelfde doen.
Nu moet jij iets voor mij doen.
Nu moet jij iets zeggen.
Nu moet jij mij proberen te verslaan.
Nu moet jij hem excuses aanbieden.
Nu moet jij zeggen.
En nu moet jij ook geloven.
Nu moet jij een keuze maken.
Nu moet jij aan de mijne denken.
Nu moet jij het doen.
Nu moet jij van kleren veranderen!
Nu moet jij jezelf redden.
Nu moet jij erachter zien te komen of je hetzelfde voelt.
Linda, nu moet jij trouwen. Ik.
Maar nu moet jij hem ontmoeten.
Nu moet jij je woord houden.
Nu moet jij sorry tegen hem zeggen.
Nu moet jij gaan douchen.