Voorbeelden van het gebruik van Pest in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het kind dat jou pest op school. Wie?
Deze ziekte, deze pest, is een reiniging.
En die zusters zijn zo ambitieus als de pest.
Je liegt. Het is de pest.
Ik weet het, je hebt de pest aan me.
Je moet echt de pest aan Claudia hebben gehad.
Heeft ze de pest aan me?
Pest de blanke man!
Hé, Pest, geef me die ring.- Ja.
Het kind dat jou pest op school. Wie?
Een pest die zich voordoet als een man.
Ze worden eerst zo emotioneel als de pest.
Oh, God. Het is de pest.
Verder heb ik eigenlijk de pest aan iedereen.
Je had zeker de pest aan die peptaIk elke ochtend?
Omdat hij de pest aan je heeft?
Pest iemand van je eigen formaat.
De jongen die jou pest op school. Wie?
De pest moet ook eten, bwana.
Jarigen zijn veerkrachtig als de pest.