Voorbeelden van het gebruik van Zeg eens in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zeg eens Dipper, is dit nep?
Zeg eens wat ik in m'n handen heb.
Zeg eens, geloof jij in God?
Nee, Sire.- Zeg eens, tribuun.
Bedankt. Ben jij Zhou Zenong? Zeg eens.
Ben jij Zhou Zenong? Bedankt. Zeg eens.
Lieg ik nu? Zeg eens.
Zeg eens eerlijk, wat zijn onze kansen?
Zeg eens eerlijk, Semmi.
Zeg eens Peyton.
Zeg eens waarom je belde.
Zeg eens liefje, wat vind je ervan?
Zeg eens liefje, wat vind je ervan?
Zeg eens hoeveel je papa hebt gemist.
Zeg eens hoe je McClains alibi hebt nagekeken.
Zeg eens hoe dit opvangnet werkt voor jou.
Zeg eens één ding dat waar is.
Zeg eens wie het zijn.
Zeg eens waarom de Weduwe zo geïnteresseerd is in jou.
Zeg eens dokter, uit je hart?