Voorbeelden van het gebruik van Ik mag het in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik mag het misschien niet eens vragen, maar.
Ik mag het nu toch wel openen?
Ik mag het je niet vertellen.
Ik mag het eigenlijk niet vertellen.
Maar ik mag het toch wel proberen?
Ik mag het eigenlijk niet vragen van een chauffeur.
Maar ik mag het toch wel proberen?
Ik mag het toch wel controleren voor ik vertrek?
Weet ik niet. Ik mag het nu niet verpesten.
Ik mag het hier.
Ik mag het eigenlijk niet zeggen,
Ik mag het eigenlijk niet weten,
Ik mag het twee keer ervaren,
Ik mag het niet eens zijn met zijn manieren,
Ik mag het misschien niet begrijpen.
Hij is te trots om het weer aan Howard te vragen, en ik mag het niet van hem doen.
Ik mocht het met niemand delen.
