Voorbeelden van het gebruik van Noemt het in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De pers noemt het een misdaadgolf.
Hij noemt het" bobotox", naar zichzelf.
Zij noemt het een verkoudheid.
Hij noemt het de Citadel.
Mam noemt het sletten.
Hij noemt het zijn seks hutje.
Hij noemt het zijn nalatenschap.
Pa noemt het de grote kat.
U noemt het" volwassen.
De BBC noemt het een Igbo coup.
De pers noemt het de' Bieber bankroof.
U noemt het een levend wezen,
Niemand noemt het zo.
Hij noemt het het pijporgel musket.
Hij noemt het," Ron's kapiteins vlog.
Hij noemt het z'n leugendetector.
Je noemt het naar de condenssporen, die een vliegtuig achterlaat?
Louise noemt het een school.
Ja, hij noemt het zijn kleine chef.
Men noemt het een autopsie op afstand.